Toen ik net begon bij de ergotherapeut, kreeg ik een blad met een stoplicht erop en twee kolommen. In de ene kolom moest ik signalen opschrijven die mijn lichaam gaf, en in de andere kolom hoe ik me een stapje beter kon voelen. Dat stoplicht-model was bedoeld om mij te helpen mijn grenzen te herkennen en op tijd in te grijpen. Maar eerlijk? In het begin wist ik eigenlijk alleen het verschil tussen groen en rood. Ik voelde me goed tot ik instortte. En als dat gebeurde, moest ik wel even rust nemen — als dat zo uitkwam. Signalen daarvoor? Geen idee.
Ik stond er niet bij stil dat mijn lichaam al veel eerder subtiele waarschuwingen gaf. Dat bewust worden van die signalen was lastig. En om eerlijk te zijn: ook gewoon heel vervelend. Het voelde zo onnatuurlijk om steeds stil te staan bij hoe ik me voelde. Ik ben een dwarrel die graag van het ene avontuur in het andere duikt. Dat “stilstaan” paste niet bij mij.
Signalen herkennen: een zoektocht
Maar hoe meer ik oplette, hoe meer signalen ik ontdekte. Het was alsof ik sterren ging kijken. In de stad, met al dat licht en geluid om je heen, zie je amper sterren. Maar als je weggaat van die afleiding en in een rustige omgeving komt, worden er ineens zoveel meer zichtbaar. Zo was het ook met mijn lichaam. De signalen waren er altijd al, ik zag ze alleen niet.
Langzaam begon ik er beter in te worden. De overduidelijke signalen — zoals spontaan in huilen uitbarsten als ik in het rood zat — kon ik makkelijk invullen. Maar nu ontdekte ik ook kleinere signalen. Bijvoorbeeld:
Mijn ogen worden droog als ik tegen mijn grens aan zit.
Ik heb alleen trek in eten als ik me goed voel en in het groen zit.
Verse vruchtensap helpt me als ik in oranje zit.
Slapen is noodzakelijk als ik in het rood zit.
Naar YouTube-video’s kijken van mensen die kamperen in de natuur helpt me bij oranje én rood.
Spelen met mijn kat helpt me als ik in oranje zit.
Al deze ontdekkingen schreef ik op in de tweede kolom van mijn stoplicht. Het werd een soort handleiding voor mezelf.
Een veranderlijk stoplicht
Het stoplicht heeft me geholpen mijn grenzen te begrijpen, maar ik besefte ook dat het nooit af is. Het groeit met je mee. Wat vandaag rood is, kan morgen oranje worden. En wat nu groen is, kan ooit weer aanvoelen als rood — afhankelijk van hoe het met je gaat. Groen in mijn huidige situatie is namelijk niet de groen zoals ik die kende voordat ik ziek werd. De groen van nu zou ik toen rood hebben genoemd. Dat besef helpt me om realistischer te zijn over wat ik aankan.
Wat ik heb geleerd
Het inzicht in de signalen krijgen vond ik aanvankelijk een stom proces, maar nu ben ik elke dag blij dat ik er serieus mee aan de slag ben gegaan. Het was de basis voor het bepalen van hoeveel rustmomenten ik nodig heb op een dag. Ik heb geleerd dat mijn lichaam me altijd signalen geeft, en dat luisteren naar die signalen de sleutel is naar een betere balans. Het stoplicht-model heeft mij geholpen om weer grip te krijgen op mijn leven, en ik hoop dat mijn verhaal jou kan inspireren om ook stil te staan bij wat je lichaam je probeert te vertellen.

Reacties
Een reactie posten