Eindelijk een stap vooruit: mijn eerste succes in opbouwen
Lange tijd leek opbouwen onmogelijk. Niet omdat mijn lichaam niet wilde, maar omdat het leven steeds weer roet in het eten gooide. Mijn ergotherapeut had gezegd dat ik pas mocht opbouwen als ik me vijf dagen achter elkaar goed voelde. Maar keer op keer werd dat verstoord. Een nacht in het ziekenhuis met een van de kinderen, zorgen om een familielid, steeds weer iets dat me uit balans haalde. Ik haalde die vijf dagen simpelweg niet.
Mijn ergo zag dat en gaf me een nieuw advies: "Maak er maar drie dagen van, anders kom je nooit vooruit. Ik zie geen signalen dat jouw lichaam niet kan herstellen, dus we gaan het proberen." Dat gaf me net het zetje dat ik nodig had.
Meer tijd of meer intensiteit?
Ik wist meteen wat ik wilde: niet per se langer wakker zijn, maar meer kunnen doen in de tijd dat ik op was. Even naar de winkel lopen, een boodschap doen. Niet alleen wakkerder, maar actiever. Maar hoe bepaal je wat '10% meer doen' is? Hoe meet je dat? Een boeiende documentaire kijken vraagt al energie. De ene taak is de andere niet, en ik merkte dat ik vastliep in het proberen te meten. Ik had een succeservaring nodig, geen eindeloos getob.
Dus besloot ik de tijd op te rekken. Niet 75 minuten wakker zijn, maar 90 minuten. Inmiddels houd ik dit al 11 dagen vol. En dat voelt goed!
Nieuwe uitdagingen
Dat betekent niet dat het nu makkelijk is. Doordat ik langer op ben, ga ik automatisch meer doen, en dat maakt overbelasting op activiteit juist weer makkelijker. En doordat ik minder vaak hoef te rusten, ben ik ook minder bezig met rusten. Het ritme waar ik zo aan gewend was, is opeens anders, en ik merk dat ik soms vergeet te rusten.
Daarom ga ik nu even niet verder omhoog. Eerst wennen aan dit nieuwe ritme, zorgen dat het goed voelt, en dan pas weer een stap verder. Maar voor nu? Geniet ik van dit succes. Want eindelijk ga ik vooruit.

Reacties
Een reactie posten